woensdag, juli 18, 2007

Derde blogverjaardag, tiende blogverjaardag

Deze week is de derde verjaardag van dit blog gepasseerd. Dat betekent dat ik ruim drie jaar bezig ben met het schrijven van een weblog over boeken en boeken verzamelen. Op 15 juli 2004 schreef ik mijn eerste post. Dit is nummer 130.

Al meer dan 36 maanden, oftewel ruim 1000 dagen, kunnen jullie van mijn schrijfselen genieten. Bijna 40.000 bezoekers hebben dat inmiddels gedaan. Met een gemiddelde van 35 tot 60 hits per dag ben ik gelukkig het niveau van een nanoblog ontstegen. Wat is een nanoblog? Dat lezen we hier:
"What is below the water line are the literally millions of blogs that are rarely pointed to by others, since they are only of interest to the family, friends, fellow students and co-workers of their teenage and 20-something bloggers. Think of them as blogs for nanoaudiences."

Drie jaar sneuper op het web... Besta ik nu al lang of pas kort als blogger? Hoe zit dat eigenlijk met blogs? Volgens dit bericht is de gemiddelde levensduur van een populair blog 33,8 maanden - net geen 3 jaar dus. Daar zit ik dus al ruim boven (en ik stop nog niet!). Andere bronnen gebruiken andere getallen voor de gemiddelde levensduur van een blog, sommige stellen dat dit gemiddelde 3 maanden is!

Volgens dit artikel wordt 60-80% van de blogs al vrij snel na de start verlaten - nooit meer bijgewerkt dus. Oftewel: "The 'average blog' thus has the lifespan of a fruitfly". Hier een ander interessant artikel met statistieken. Al met al lijkt het erop dat slechts 20% van de blogs regelmatig wordt bijgewerkt, aldus dit artikel. Grappig is ook dit artikel, kennelijk is het overgrote deel van de bloggers jonger dan 20. Ikzelf bevind mij dus in de niche van 6% van bloggers boven de 30....

Terzijde: niet alleen ik vier een feestje, maar ook het fenomeen weblog zelf. Hier een artikel over de tiende verjaardag van de blogosfeer. Het leert ons wie de eerste blogger was. Verschillende bloggers en lezers reageren op het wezen van het blog, waaronder auteur Tom Wolfe. In een buitengewoon grappig stukje veegt hij in feite de vloer aan met Wikipedia (in het bijzonder zijn eigen lemma), weliswaar ook onderdeel van Web 2.0 maar toch iets anders dan een blog.

Wolfe zegt: "Blogs are an advance guard to the rear. For example, only a primitive would believe a word of Wikipedia (which, though not strictly a blog, shares the characteristics of the genre). The entry under my name says that in 2003 "major news media" broadcast reports of my death and that I telephoned Larry King and said, "I ain't dead yet, give me a little more time and no doubt it will become true." Oddly, this news supposedly broadcast never reached my ears in any form whatsoever prior to the Wikipedia entry, and I wouldn't have a clue as to how to telephone Larry King. I wouldn't have called him, in any case. I would have called my internist. I don't so much mind Wikipedia's recording of news that nobody ever disseminated in the first place as I do the lame comment attributed to me. I wouldn't say "I ain't" even if I were singing a country music song."

Apart is dat dit citaat inmiddels is opgenomen in het wiki-artikel over Wolfe, volgens de historie van de bijdrage is op 14 juli van dit jaar - de dag dat het artikel in de Wall Street Journal verscheen - de foutieve aanhaling over het gesprek met King verwijderd. Het bewijs dat Web 2.0 toch werkt.

Het is dit soort zaken wat bloggen zo mooi maakt. En de eindeloze stroom boeken natuurlijk die mijn kant op komt en waar ik niet over uitgepraat raak. Ik ben blij dat er af en toe iemand naar mij wil luisteren.

sneuper

zondag, juli 08, 2007

Duur boek + gratis boeken = redelijk

Zoals ik in mijn vorige post al schreef: het is fijn voor een verzamelaar wanneer anderen afstand doen van hun boeken. En dit om twee redenen:
1. Boeken zijn al zo duur
2. Soms krijg je een waardevolle toevoeging waarvan je het bestaan niet kende

Om met het eerste te beginnen: recent kwam een nieuwe essaybundel van Margriet de Moor uit, Als een hond zijn blinde baas. Daarin zijn allerlei teksten van toespraken, voordrachten en andere bijeenkomsten verzameld die eerder werden gepubliceerd in kranten, tijdschriften of elders. Het is een fascinerende bundel omdat het een goed beeld geeft van de ideeën van De Moor over haar schrijverschap en de achtergrond van een aantal van haar boeken weergeeft. Wat bedoelde ze ermee te zeggen? Wat is voor haar in het algemeen de verhouding tussen muziek en literatuur? Waarom schrijft ze eigenlijk? Welke schrijvers bewondert ze. Ze heeft het in de loop van de tijd allemaal verteld en opgeschreven en nu is het gepubliceerd.

Het was een genot om de bundel te lezen en een verrijking voor mijn Margiet de Moor collectie. Het was echter geen genot om het te kopen, want het kostte mij 24,90 euro. En dat vind ik nog steeds erg veel voor een paperback waarin feitelijk geen nieuwe teksten staan. Hierin zit vrijwel geen werk voor auteur of uitgeverij; het zijn bestaande teksten en de stapel hoeft alleen maar verzameld en gedrukt te worden. Om daar bijna 25 euro voor te vragen vind ik tamelijk grof. Niet gesigneerd, geen stofomslag, geen bijzondere illustraties, gewoon een doorsnee boek dat ook niet overdreven dik is. Waarom moet daar zoveel geld voor betaald worden?

Daarom was ik extra blij met de dubbele toegift die ik daarnaast kreeg.

Allereerst was een collega zo goed om uit zijn eigen collectie een exemplaar van de bundel Onder de soldaten van Arnon Grunberg te schenken. Dit exemplaar is één van de exemplaren van het ministerie van Defensie die voor de Uruzgan-gangers was bedoeld. Grunberg beschrijft zijn ervaringen als 'embedded' journalist in Afghanistan. Het is een hilarische bundel met een verbaasde Grunberg die de eigenaardigheden van het Nederlandse leger in Uruzgan probeert te doorgronden.
"Zelden heb ik zo veel afkortingen geleerd als gedurende mijn korte tijd in Afghanistan. Lupa lunchpakket, kobro korte broek, detco detachement commandant. De tijdwinst die dat oplevert ontroert. Vanaf nu heet geluk ge."
Mooi is ook de passage over de sergeant met de kaasschaaf.
"Ben je al eens eerder in Afghanistan geweest?' informeerde ik. 'Al twee keer', zei de sergeant, 'maar dit keer heb ik een kaasschaaf bij me.' En er verscheen en triomfantelijke lach op zijn gezicht. (...) Ik voelde genegenheid voor sergeant Jordy, die Afghanistan niet onvoorbereid zou betreden."

Daarnaast was een goede vriendin zo goed een totaal onbekende titel van Adriaan van Dis voor mij mee te nemen: Op de televisie. Wie googlet op deze titel vind 'm niet, behalve één vermelding in Wikipedia, maar die heb ik daar zelf bij gezet. Op de televisie is een speciale uitgave van ECI, voor haar relaties, ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van ECI. De echtgenoot van de vriendin is een relatie van ECI en daarom kreeg hij het toegestuurd. Als niet-lezer wilde hij het al bij het oud papier gooien, tot zijn vrouw zei dat het wellicht een interessant boek voor mij was. Goed gedacht! En zo kwam ik in het bezit van een titel waarvan ik het bestaan totaal niet vermoedde. Tegelijkertijd vraag ik mij af hoeveel ontvangers van dit fraais het uiteindelijk gewoon toch maar bij het oud papier hebben gegooid...

In Op de televisie beschrijft Van Dis zijn herinneringen aan zijn roemruchte boekenprogramma "Hier is... Adriaan van Dis". Hij kan het programma goed relativeren maar ziet ook wat het teweeg heeft gebracht: "De kijkers van toen sterven langzaam uit, maar in de rekkelijkheid van de herinnering ben ik nog altijd te zien. Ook op dagen dat "Hier is..." er nooit was. Zo vroeg het Algemeen Dagblad bij mijn terugkeer als presentator van Zomergasten aan de EO-coryfee Andries Knevel wat hij van ons programma destijds vond. Aardige dingen zei hij. 'Maar ja, wij keken natuuriljk niet op zondag. Wij keken alleen naar de herhaling.'
Er was helemaal geen herhaling. Die bestond toen nog niet.
Mensen herinneren zich wel meer dingen. Hoe vaak hoor ik niet op een literaire avond, tijdens het vragenhalfuurtje na een lezing: 'Wij keken elke week.'
Het was één keer per maand. Acht keer per jaar."

Hij haalt herinneringen op aan de schrijvers die hij sprak, aan Annie Cohen-Selal wier Sartre-biografie een geweldig succes werd, Frans Pointl, Michel Tournier, Charlotte Mutsaers... Hij beschrijft de effecten van het programma op het koopgedrag van kijkers. En hij hekelt uitgevers vanwege de manier waarop zij met auteurs omgaan en de smaak van het publiek proberen te sturen. Ook hekelt hij de omroepen, omdat ze te weinig geduld hebben om een boekenprogramma tot bloei te laten komen. Dit in tegenstelling tot zijn geliefde Frankrijk, waar wel zeven boekenprogramma's op televisie zijn. "Alleen op de Avonden mogen de letteren nog wat knetteren. Kan het geluid wat zachter? Het is al bijna stil."

Een driedubbele verrijking voor mijn bibliotheek. Drie boeken voor nog geen 25 euro, zo wordt het leed van de kosten van De Moor verzacht met de prachtige Grunberg en de onbetaalbare Van Dis. Geweldig attent van mijn omgeving om mij zoveel plezier te geven. Dank!

sneuper

p.s. Inmiddels heb ik tóch een vermelding van Op de televisie gevonden, Joost Nijsen is ook een gelukkige bezitter!