woensdag, september 29, 2004

Het Multatuli Museum moet blijven!

Vandaag las ik een ingezonden stuk van Dik van der Meulen. Daarin meldde hij het schokkende nieuws, dat mij tot nu toe was ontgaan, dat de subsidie voor het Multatuli Museum wordt ingetrokken. Waarmee sluiting van deze prachtplek dreigt.

Is dit een symptoom van deze tijdgeest? Gooien we nu zelfs onze grootste schrijvers op de vuilnishoop? Niet dat Multatuli meteen vergeten is als het museum sluit, maar het museum staat wel op de plek waar Multatuli is geboren, zijn spullen staan er en er is een enorme verzameling boeken en geschriften van en over Multatuli. Kortom: dit is dé plek! Als er nu in elke stad van het land een Multatuli-museum zou zijn (wat niet eens onlogisch zou zijn, net zo als er in elke boekenkast minimaal één boek van Multatuli zou moeten staan) dan zou de afweging anders uitvallen.

Maar er is maar één Multatuli-museum.

En het staat in Amsterdam.



En ze hebben ook een site. Daarop een tekst van Mw prof. dr M.T.C.Mathijsen, hoogleraar Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.

Zij schrijft onder meer:

"Maar wie is onlangs aangewezen als de grootste schrijver van Nederland na een enquête onder letterkundigen? Multatuli. Wie is het meest vertaald en in vrijwel elke vreemde taal? Multatuli. Welke Nederlandse schrijver heeft een boek geschreven dat gemakkelijk tot de wereldliteratuur gerekend kan worden? Multatuli. Wie heeft het geweten van Nederland zo weten aan te knagen dat er een verandering van de koloniale houding ontstond? Multatuli. Wie heeft de arbeidersbeweging in het begin van de twintigste eeuw gemotiveerd? Multatuli. Wie de vrouwenbeweging? Multatuli. De grootste schrijver van Nederland heeft, zoals een fatsoenlijk land betaamt, inderdaad een museum. Nog wel."



En zo is het maar net! Bestuur van Amsterdam, subsidiegevers: kom tot inkeer en red het museum!

Multatuli had het toch bij het rechte eind:
Idee 308: "Ik heb veel landen bezocht, en beyverde my overal achttegeven op de publieke zaak. Welnu, ik verklaar nergens zulke totale absentie van plichtsbesef, nergens zoo'n walgelyke onbekwaamheid te hebben aangetroffen als by 't bestuur der stad Amsterdam. Amsterdammers, ziet ge dat niet? Reist eens wat, merkt eens wat op, en als ge terugkeert, gaat naar 't stadhuis en gooit... neen, gooit niets. Maar eilieve, kiest anders."
Idee 126: "Als ik weer op reis ga, en men biedt me ergens 'n nachtlyst aan, zal ik m'n beroep invullen met begaafde schryver, en m'n geboorteplaats met: helaas ! want ik ben 'n Amsterdammer."

Sneuper

Voor de gelegenheid lezend: Ideën van Multatuli

dinsdag, september 28, 2004

Verkiezingen

Het mooiste boek van het jaar, de nieuwe president van de VS, de beste of slechtste reclamespot, de beste computerproducten, de jonge ambtenaar van het jaar... Overal zijn verkiezingen voor.



En dus ook voor weblogs.

Stem maar op de mijne. Wel even zoeken in de lijst: ik ben toegevoegd op 22 september.

Sneuper

lezend: Multatuli - Ideën

zaterdag, september 25, 2004

500 lezers!

Hoera, ik ben de bibliofiele status voorbij! Mijn tracker (zie het icoontje rechts) liet zien dat ik nu ruim 500 bezoekers op mijn weblog heb mogen begroeten. Gemiddeld 9 per dag, maar de laatste weken rond de 15 per dag. Niet gek voor twee maandjes bloggen! Het begint al een populair blog te worden hier.
Veel dank aan de homepage van antiquariaat Klondyke in Almere, de verzamelpagina van antiquariaten en natuurlijk Google, de voornaamste doorgeleiders van mijn lezers.

Maar waarom ben ik nu de bibliofiele status voorbij? Dat is een variant op deze vraag: wat is een bibliofiel boek? Ik denk dat dat lastig is om te definiëren. Want een bibliofiel is een boekenliefhebber, en een bibliofiel boek is een boek voor boekenliefhebbers. Veel boeken worden ook als bibliofiel boek gemaakt (en zo aangekondigd), er is dan veel aandacht aan vorm en inhoud besteed, vaak zijn ze niet in de reguliere boekhandel te koop, etc.
Hoe kleiner de oplage en hoe bijzonderder de uitvoering, hoe gewilder - en bibliofieler - een boek wordt. Maar dat is maar een vuistregel. Zie voor een beschrijving van dit soort criteria deze link. Ik denk zelf dat een oplage van 500 een mooie grens is. Boeken die daarboven komen moeten bijzonder uitgevoerd worden om nog bibliofiel te zijn. Boeken daaronder zijn per definitie schaars en als ze dan ook nog van een gewilde auteur zijn of anderszins belangrijk, dan worden ze al snel bibliofiel.
Welke boeken heb ik die (precies) een oplage van 500 hebben? Allereerst "Spiegelbeelden" van Kees Fens (Uitgeverij Arbor, 1991). Ik heb nummer 169. Verder de catalogus bij de Nescio-tentoonstelling in Kasteel Groeneveld in Baarn in 1997. Van de gebonden editie heb ik nummer 85. En het gedicht "Ursa Minor" van Jean-Pierre Rawie, dat door de Volkskrant ooit in een speciale uitgave is uitgebracht (één vel papier in een kartonnen omslag op A3 formaat). Ursa Minor is natuurlijk ook de naam van een sterrenbeeld, de kleine beer.

Misschien heb ik boeken waarvan er nog maar een paar zijn, maar dat weet je niet als ze niet genummerd zijn. Het boek met de kleinste oplage dat ik heb is "Meneer Grönloh" van Willem G. van Maanen. Dat is in een oplage van 30 verschenen, waarvan ik nummer 29 heb. Raar idee dat er maar 29 andere mensen zijn die ook dit boekje hebben. Wie zouden het zijn? Particulieren? Bibliotheken? De Koninklijke Bibliotheek heeft het in elk geval niet, als ik de catalogus mag geloven...



Hoe dan ook: 500 lezers. Dit geeft moed om door te gaan. Ik ben benieuwd wanneer ik lezer 1000 mag begroeten.

Sneuper

lezend: Rick Warren - Doelgericht leven

donderdag, september 16, 2004

Het probleem van de andere verzamelaars

Zoals ik al eerder schreef: er zijn veel verzamelaars van boeken, en het nadeel is dat zij soms hetzelfde verzamelen als ikzelf. Meer verzamelaars is op zichzelf goed; het houdt de markt levendig en zorgt voor goede doorstroming. Maar laten ze met hun vingers van MIJN boeken afblijven! Ook als ze nog in een winkel staan en ik er nog niet aan toe ben ze te kopen!



Zo is er een vaste groep verzamelaars van schaarse Nescio-uitgaven. Zodra een antiquariaat iets aanbiedt, duikt iedereen er op af. En: wie het eerst komt, die het eerst maalt. Heel vaak heb ik al achter net gevist, hoe snel ik ook de catalogi die ik toegestuurd of -gemaild kreeg doorbladerde en vervolgens belde, mailde, faxte. Steeds waren anderen mij voor. Alertheid is een belangrijke kwaliteit van een verzamelaar.

Ik heb een keer meegemaakt dat ik in een antiquariaat kwam en op het plankje "Bordewijk" afstevende. In mijn ooghoek zag ik iemand een boek van de plank pakken met een bekende omslag: een boek dat ik nog zocht voor mijn verzameling! Hij bladerde erin en kocht het vervolgens. Daar ging mijn vangst.... ik was 30 seconden te laat terwijl het mijn eerste bezoek aan dat antiquariaat was. Dan was ik nog liever vijf minuten later gekomen en had ik niet geweten wat ik miste.

Maar natuurlijk had ik ook mijn gelukkige momenten. Zo herinner ik mij de mooie dag dat antiquariaat Fokas Holthuis zijn wekelijkse nieuwsbrief rondmailde dertig seconden voordat ik mijn mail opende. Voor één keer kon ik alles bestellen wat ik wilde hebben, en het was er nog. Bijna failliet was ik, maar wel tevreden.


Een ander geluksmoment was de dag dat ik antiquariaat Egidius (zie mijn post van 21 juli jl.) binnenstapte de dag voordat de nieuwe catalogus ten doop zou worden gehouden. De dozen stonden al klaar en omdat ik een goede bekende was, mocht ik er vast een blik in werpen. Mijn gretige vingers vonden een eerste druk van "De Wingerdrank" van Bordewijk en "Q" van Battus. Maar mijn gretige vingers mochten niet in de andere dozen graaien.

Daarom stond ik de volgende dag bij openingstijd voor de deur. In de overige dozen vond ik "Openbaar boekbezit" van Boudewijn Büch, "De hel" van Boudewijn Büch en "Het verdriet van België" van Hugo Claus. Allemaal eerste druk, de laatste ook nog met stofomslag.


Soms zit het erg mee met verzamelen. Het vergoeilijkt de keren dat ik achter het net viste wel een beetje.

Sneuper

lezend: Rick Warren - Doelgericht leven

woensdag, september 15, 2004

Muizenpoot in Leeshal Oost

Schuilend voor de regen zocht ik mijn toevlucht in Leeshal Oost (zie ook deze link), in de Commelinstraat 53 in Amsterdam. Leeshal Oost is een buurtboekwinkel, volgestopt met oude tijdschriften en stripboeken en langs de wanden gestapeld boeken, min of meer gesorteerd naar genre en soort. Het overgrote deel van de voorraad bestaat uit dingen die ik niet eens zou willen hebben. Maar het is juist op dit soort plekken dat je toch nog af en toe een pareltje opduikt.

Terwijl ik met mijn vinger langs een rijtje paperbacks 'liep' stuitte ik namelijk op een eerste druk van een klein dichtbundeltje: Geachte Muizenpoot en achttien andere gedichten van Fritzi Harmsen van Beek, pseudoniem van F. ten Harmsen van der Beek. Wonderlijk dat ik dit boekje dat destijds zoveel ophef veroorzaakte in literair Nederland veertig jaar later aantref op een wat desolate plek in Amsterdam Oost, om de hoek van de Dappermarkt.

Geachte Muizenpoot... is het debuut van Harmsen van Beek uit 1965 en haar gedichten bestaan uit grillige vertelsels over kleine voorvallen, met een voortdurend verspringende zinsbouw, vol opeenstapelingen van beelden. Voordat ze debuteerde werd ze al bejubeld (ze stond bekend als een "poet’s poet"), en ook haar debuut kreeg goede kritieken. Toch bleef ze altijd een marginaal dichter. Het is bekend dat ze bijna nooit haar naam zette onder werk van haar hand en slechts onder druk van vrienden publiceerde. Na haar debuut volgden nog een paar bundels gedichten en verhalen. Harmsen van Beek kwam met haar werk in aanvaring met de literaire traditie van die tijd. Critici konden niet doordingen tot haar werk, omdat ze zeer specifieke opvattingen hadden over de stijl, de vorm en de betekenis van het literaire werken, waaraan in hun ogen ook groteske literatuur moest voldoen. In zekere zin solliciteerde zij zelf naar 'onbegrip' en 'ongezien' blijven. Ze stuurde erop aan om niet begrepen te worden en is mede daardoor moeilijk te interpreteren. Overigens schreef Aad Nuis destijds: "Nu zijn de gedichten van F. ten Harmsen van der Beek in hoge mate origineel; zij schrijft niet onbegrijpelijk, maar hanteert een combinatie van poëtische middelen die ik nooit eerder tegengekomen ben."

Wat mij betreft is Harmsen ten Beek geslaagd in haar streven naar onbegrijpelijkheid. Lees onderstaand fragment van Geachte Muizenpoot:

Geachte Muizenpoot,

Hoe gaat het met U, met mij goed. Wel is alles heel
vervelend, als ik voorover lig gebed in mijn gedachten

aan U en ben ik ook heel eenzaam. En onderga de lente
als een flauwte. Dit is mij nu zo vaak al overkomen dat

ik er de klad van in mijn wezen heb en dat tussen het
afgerukte vlees der hyacinten de verplegers van die

bloemen knielen voor vreemdelingen. (Dit heb ik zelf gezien
vanuit de trein naar Haarlem.) Zoiets zondigs en krank-

zinnigs U te schrijven, maar omdat lente van liefde een
aberratie is - en niet omgekeerd - opdat U daar niet in

zal trappen, in een vreemd land en zo eenzaam te dwalen.
(Bepalend voor het lot van zwervelingen enkel herkomst.)

De reden dat ik het boekje kocht was niet zozeer het werk op zichzelf (hoewel het wel leuk is een boek van dit fenomeen op de plank te hebben) maar het is meer een soort eerbetoon aan de 75e verjaardag van Remco Campert. Dat zal dan ook de reden geweest zijn dat het boekje maar vijfenzeventig cent kostte.

Campert is een tijdje met Harmsen van Beek getrouwd geweest, een halve eeuw geleden om precies te zijn. Van 1954 tot 1957 woonde hij met haar op het landgoed Jagtlust in Blaricum, waarna ze uit elkaar gingen. Jagtlust was een ontmoetingsplek voor tal van kunstenaars, over het huis is zelfs een biografie verschenen. Daarin staat dit citaat van Campert over Harmsen van Beek:
"Er waren misschien mooiere vrouwen dan Fritzi, er waren er zeker die sexy'er waren, maar er was niemand die zo dwarrelend geniaal en roesachtig was als zij, en die haar bewonderaars zo effectief gevangen wist te houden in iets dat zweefde tussen bewondering en medelijden. Ze leek altijd half in haar eigen fantasiewereld te leven [...]."

Ik ben in elk geval blij dat ik "Geachte Muizenpoot..." in mijn verzameling heb. En zo sneupte ik op een regenachtige dinsdagmiddag in Leeshal Oost voor vijfenzeventig cent een boekje met een heel lang verhaal. Remco, van harte met je vijfenzevenstige verjaardag. En van harte beterschap, ik hoop dat je snel weer op de been bent.

Sneuper

Lezend: J. Spitse - Van Schokland

donderdag, september 09, 2004

Van Kok naar Kabel

Wanneer ik in het centrum van Amsterdam ben, kijk ik altijd bij antiquariaat Kok in de Oude Hoogstraat. Dat is een lekker grote zaak met veel nieuw aanbod, waar het goed sneupen is. Naast het aanbod in de kasten heeft Kok ook nog een uitgebreid aanbod eerste drukken. Maar het leukst blijft het om je gewoon te laten verrassen.


Ik stuitte op een klein maar mooi boekje dat ik onmiddellijk kocht: College lopen, door Jean Pierre Plooij. De redenen dat ik het kocht zijn de volgende:
1. Ik ben zelf oud student van de Universiteit van Amsterdam. In dit boekje is een aantal columns gebundeld die Plooij eerder schreef voor Het Parool. Hij bezoekt telkens een willekeurig college aan de UvA en beschrijft hoe dat gaat: de docent, de studenten, wat wordt er behandeld en hoe. De vakken die hij beschrijft variëren van Algebra, tot Accountancy en Milieu en zelfs Linguïstische Antropologie. Je herkent het onmiddellijk terug: de zalen, de eindeloze colleges, de docenten. Plooij weet het voor een buitenstaander goed te beschrijven.
2. Eén van de colleges die hij beschrijft is het college Privacybescherming aan het instituut voor informatierecht, dat wordt gegeven door prof. mr. J.J.C. - Jan - Kabel. Bijgaand van de site van het Instituut voor Informatierecht van de UvA - waar hij werkt - een door hem zelf gemaakt (?) zelfportret.

Van deze docent heb ik zelf ook dit college gehad, zij het niet in het jaar dat Plooij er was (1991) maar een jaar of vier later. Desalniettemin: herkenbaar, de manier van college geven en het onderwerp. En Kabel was zo’n goede docent, dat ik hem uiteindelijk heb gevraagd mijn scriptiebegeleider te zijn.
Plooij beschrijft het boze wachten op een overheadprojector: "Hij ziet er te zachtaardig uit: lang, mager, midden veertig en couperose onder de ronde, dungerande bril. Zijn innemendheid krijgt extra reliëf door zijn bekentenis geen autobezitter te zijn. Kortom, een geleerd man, zeker, maar een straatvechter die de monolithische bureaucratie een pets in het gezicht zal geven, nee."
Ja, zo was het... Ik heb goede herinneringen aan Jan Kabel, en daarom mocht dit boekje natuurlijk niet in mijn collectie ontbreken.

En dan te bedenken dat Kok vlak bij de Oudemanhuispoort ligt, waar ik veel van mijn colleges had, en een paar minuten lopen van het gebouw van IVIR. Even tien jaar terug in het verleden, dankzij een mooie vondst bij Kok. Niet voor niets een favoriet adresje.


Sneuper


Lezend: W.J. Ouweneel - De schatkamer van God

vrijdag, september 03, 2004

Grote brand in bibliotheek Weimar

NOS - Grote brand in bibliotheek Weimar

Nog maar net heb ik het boek "Bibliotheken" van Boudewijn Büch gelezen, of één van de bibliotheken die hij beschrijft wordt door brand verwoest. Wat een verlies: 30.000 boeken zijn verloren gegaan.

Büch schrijft over deze bibliotheek, waar hij jaarlijks naar toeging: "Bibliotheekliefde houdt zeker niet uitsluitend verband met de liefde voor een bepaald genre boeken. Zo dat wél waarzou zijn, dan riep ik de collectie van (...) Weimar (Goethe, indien ik mij niet vergis) tot de hoogtepunten van mijn bibliotheekwoede uit." En: "Voor een Goetheaan als ik is een bezoek aan de Zentralbibliothek nu reeds meer dan een decennium zowel een verslaving als een aansporing tot ontwenning. Want wat hier bijeengestouwd staat, kan nooit meer opnieuw samengebracht worden. Unica blijven uiteraard unica, maar zeldzame drukken waarvan geen ander exemplaar meer te vinden is vanwege oorlogshandelingen ("andere Exemplare verschollen", heet dat zo beleefd op zijn Duits)... de Zentralbibliothek bezit ze."

In verschillende 'boeken over boeken' wordt geschreven over de vijanden van boeken. Brand is een grote vijand. Büch schrijft daar bijvoorbeeld over (in zijn boeken "Bibliotheken" en "Boekenpest", hij kon nog niet bevroeden dat zijn meestgeliefde bibliotheek er ook aan moest geloven). Er zijn verschillende tot de verbeelding sprekende branden geweest: de bibliotheek in Alexandrië is misschien wel de bekendste, maar de drie grote branden in het Amerikaanse Library of Congress zijn ook niet mis: 1813, 1825 en 1851 (bij de laatste ging de prachtige bibliotheek van Thomas Jefferson verloren). Ik herinner me ook de huiveringwekkende beschrijving van de brandende kloosterbibliotheek in "De naam van de roos" van Umberto Eco.
Sommige branden ontstaan per ongeluk, maar veel boeken zijn ook bewust verbrand. Isaac d'Israeli schrijft (in: Curiosities of Literature, 1964): "Het is de eeuwen door altijd een eigenaardige liefhebberij van volkeren geweest elkaars boeken te verwoesten: men beschouwde dat blijkbaar als de uiterste belediging. De Romeinen verbrandden de boeken van de joden, van de christenen en van de filosofen; de joden verbrandden de boeken van de heidenen en van de christenen en de christenen verbrandden de boeken van de heidenen en van de joden. De roemruchte Li Ssu (3e eeuw voor Christus) vond zichzelf zo belangrijk dat hij meende dat de geschiedenis bij hem moest beginnen, daarom leek het hem het beste alle bestaande literatuur te verbranden. Savonarola (Florence, 15e eeuw, zie afbeelding) spoorde zijn gehoor aan boeken en kostbaarheden te verbranden: "Een oud wijf weet meer van het geloof dan Plato" riep hij.


Lees hier (op pagina 7) en hier over de brand in de universiteitsbibliotheek Leuven door Duitse soldaten aangestoken, in het kader van een terreurcampagne die ze zelf "das Strafgericht über Löwen noemden", en die de geschiedenis inging als le sac de Louvain. De bibliotheek waar behalve de stichtingsbul van de universiteit nog een kwart miljoen boeken verkoolden, stond spoedig symbool voor het bedreigde Westeuropese cultuurpatrimonium. En tot slot lees ik hier zelfs over de brand in de bibliotheek aan de Kervelstraat in Krommenie. De voorbeelden - van klein tot groot - zijn helaas eindeloos...

En nu is er dus weer een stukje cultuurgoed voorgoed verloren gegaan. De wereld is er niet mooier op geworden.

Sneuper

lezend: Jacques den Haan - Verzamelen is ook een kunst. Onsterfelijkheid in oude boeken.